Skip to main content

9.3 Pagina-instelling

Loading..Op het tabblad Pagina-indeling (Page layout) in de groep Pagina-instellingen (Page setup) staan verschillende knoppen voor het aanpassen van hoe het werkblad afgedrukt zal worden. Het is handig als je deze instellingen bekijkt in de weergave Pagina-indeling (Page layout).

  • Klik op het tabblad Beeld (View) in de groep Werkmapweergaven (Workbook views) op de knop [Pagina indeling] ([Page layout]) of gebruik de knop rechtsonder in het scherm: .

C:\Users\mteij\AppData\Local\Temp\SNAGHTML248e259b.PNG

Het werkblad, weergegeven in pagina-indeling

In de groep Pagina-instelling (Page setup) tref je drie groepen aan waarin je allerlei instellingen kunt doen:

De groep Pagina-instelling

9.3.1 Marges

Marges bepalen de witruimte rond de af te drukken gegevens. Om de marges voor afdrukken aan te passen doe je het volgende.

  • Klik in de groep Pagina-instelling (Page setup) op de knop [Marges] ([Margins]).

  • Selecteer een van de standaardinstellingen of klik op Aangepaste marges (Custom margins) om de marges zelf in te stellen.

Het dialoogvenster voor de Pagina-instelling (Page setup) wordt weergegeven. Hier kun je zelf waarden ingeven voor de marges.

Tip

Hier kun je ook kiezen voor het centreren van de tekst op de pagina door vinkjes te zetten bij Horizontaal (Horizontal) en Verticaal (Vertical).

9.3.2 Afdrukstand

Bevat je afdruk veel kolommen, dan is het soms handiger om liggend af te drukken in plaats van staand..

  • Klik in de groep Pagina-instelling (Page setup) op de knop [Afdrukstand] ([Orientation]).

  • Kies Staand (Portrait) of Liggend (Landscape).

9.3.3 Formaat

Afhankelijk van wat je printer aan mogelijkheden heeft wordt een groot aantal vooraf gedefinieerde papierformaten aangeboden. Je kunt hieruit een keuze maken.

  • Klik in de groep Pagina-instelling (Page setup) op de knop [Formaat] ([Size]).

In Nederland wordt gewoonlijk alleen A4- of A3-papier gebruikt, terwijl de andere keuzes meer gebruikt worden door buitenlandse bedrijven.

  • Selecteer het papierformaat dat je wilt gebruiken.

9.3.4 Afdrukbereik

Wil je meer controle over welke gegevens je wilt afdrukken maak dan eerst een afdrukbereik.

  • Maak een selectie van de cellen die je wilt opnemen in het afdrukbereik.
  • Klik in de groep Pagina-instelling (Page setup) op de knop [Afdrukbereik] ([Print Area]).

 

  • Selecteer Afdrukbereik bepalen (Set Print Area).
  • Selecteer Afdrukbereik wissen (Clear Print Area) als je het bereik wilt wissen.

9.3.5 Eindemarkeringen

Wil je meer controle over waar pagina's worden afgebroken voeg dan eindemarkeringen in.

  • Selecteer de cel of rij die op een nieuwe pagina moet beginnen.
  • Klik in de groep Pagina-instelling (Page setup) op de knop [Eindemarkeringen] ([Breaks]).

  • Selecteer Pagina-einde invoegen (Insert Page Break) om de pagina af te breken, herhaal dit zo vaak als nodig is.
  • Selecteer de cel of rij die is afgebroken (bovenaan de pagina) en selecteer Pagina-einde verwijderen (Remove Page Break) om de afbreking te verwijderen.
  • Selecteer Pagina-einden opnieuw instellen Reset All Page Breaks) om alle afbrekingen in één keer te verwijderen.

9.3.6 Achtergond

Voeg een afbeelding toe om deze op alle pagina's weer te geven. Zorg er voor dat de afbeelding geschikt is als achtergond: weinig contrast en niet te donker. Een achtergrond wordt niet afgedrukt.

  • Klik in de groep Pagina-instelling (Page setup) op de knop [Achtergrond] ([Background]).

Is je werkblad voorzien van een achtergrond, dan verandert de knop in Achtergrond verwijderen ([Delete Background]) en kun je de achtergrond wissen.

9.3.7 Afdruktitels

Als je afdruk of PDF-bestand uit meerdere pagina's bestaat kan het handig zijn om titels, kopteksten van lijsten of tabellen etc. op elke pagina af te drukken.

  • Klik in de groep Pagina-instelling (Page setup) op de knop [Afdruktitels] ([Print Titles]).
  • Stel in hoeveel rijen en/of kolommen je op elke pagina wilt afdrukken.

Op elke pagina worden de bovenste vier rijen van de eerste pagina mee afgedrukt