6.1 Rekenregels in Excel
Een formule is een berekening die je zelf samenstelt. Bij het invoeren ervan moet je rekening houden met een aantal belangrijke regels:
- Een formule moet altijd met een = (isgelijkteken) beginnen!
- Voer geen getallen in maar verwijs naar cellen waarin deze getallen staan.
- Houd rekening met de rekenvolgorde.
In een formule kun je de volgende berekeningen uitvoeren waarbij er voor de duidelijkheid is gekozen voor getallen in plaats van celverwijzingen:
|
Soort berekening |
Operator die gebruikt wordt |
Voorbeeld van een formule |
Resultaat |
| Wel of geen haakjes gebruiken | ( ) |
=(2+3)*4 |
20 |
| Machtsverheffen*) | ^ | =2^3 | 8 |
| Worteltrekken*) | =WORTEL(25) | 5 | |
| Vermenigvuldigen | * | =12*4 | 48 |
| Delen | / | =12/4 | 3 |
| Optellen | + | =12+4 | 16 |
| Aftrekken | - | =12-4 | 8 |
*) Dit wordt niet verder behandeld in de basiscursus.
Excel houdt bij berekeningen ook de rekenkundige volgorde van berekeningen aan, zoals in bovenstaande tabel is weergegeven. Het ezelsbruggetje is dan: Hoe Moeten We Van Die Onvoldoendes Afkomen (Haakjes, Machten en Wortels, Vermenigvuldigen en Delen, Optellen en Aftrekken. Als de kleur in de tabel hetzelfde is mag de volgorde omgedraaid worden.
Bijvoorbeeld: =6*8/4
- 6*8 (= 48) 48/4 (=12)
- 8/4 (=2) 6*2 (=12)
Nog een voorbeeld: = 20+10-5
- 20+10 (=30) 30-5 (=25)
- 10-5 (=5) 20+5 (=25)
Gebruik je rekensymbolen van verschillende kleur dan is de volgorde belangrijk, bijvoorbeeld: =20-5*2+8
- Eerst moet je vermenigvuldigen: 5*2 (=10)
- =20-10+8 geeft dan als resultaat 18 (hier is de volgorde niet belangrijk)
Ingewikkeld? Gelukkig hoef je niet zelf te rekenen want dat doet Excel voor je! Het is natuurlijk wel belangrijk dat je de formule op de juiste manier invoert en rekening houdt met de regels.